Circular Biobased Construction Industry

Het Interreg 2 Zeeën-project Circular Biobased Construction Industry (CBCI) onderzoekt hoe je grondstoffen in de bouw efficiënter kunt gebruiken om daarmee de CO2-uitstoot te verminderen. Niet alleen in de bouwfase, maar tijdens de hele levenscyclus van een gebouw. Voor de transitie naar een circulaire economie wordt een integrale aanpak voor circulair en biobased bouwen ontwikkeld, die de basis vormt voor de bouwsector.

De bouw is een grootverbruiker van materialen en verantwoordelijk voor ongeveer 33 procent van de totale CO2-uitstoot. Momenteel zijn de gebruikte componenten en materialen vaak niet aanpasbaar tijdens de levenscyclus. Ze zijn ook niet gemaakt van hernieuwbare, biobased materialen. Dit komt omdat de meeste bouwprojecten nog op een lineaire manier zijn ontworpen, wat hergebruik van materiaal bemoeilijkt. Een transitie van de huidige, lineaire bouw’naar een biobased, circulaire bouw is noodzakelijk.

Integrale aanpak

Om circulair en biobased bouwen te kunnen realiseren is een integrale aanpak nodig waarin processen, disciplines, bedrijven en wet- en regelgeving veranderd moeten worden. Dit betekent dat bestaande rollen van belanghebbenden in de bouwsector veranderen en nieuwe rollen nodig zijn.

Binnen CBCI wordt een aanpak ontwikkeld die samenhang garandeert tussen technische, juridische en sociale aspecten en businessmodellen om biobased en circulair te kunnen ontwerpen en bouwen. Wat wordt ontwikkeld moet vervolgens op industriële schaal kunnen worden gemaakt.

Bouwprojecten

Twee real-life bouwprojecten vormen de kern van het CBCI-project. Dit zijn de zogenaamde living labs. Het eerste living lab is de uitbreiding van de GGZ-kliniek van de zorgorganisatie Emergis in Zeeland. De tweede is een nieuwbouw project van de KU Leuven voor de universiteitscampus in Gent in België. Sinds de start van het project zijn er cruciale keuzes gemaakt bij de aanbesteding van de living labs. Voor projectpartner Emergis is een Design & Build-aanbesteding gekozen voor de totale renovatie en nieuwbouw, terwijl projectpartner KU Leuven alleen Design & Build heeft gekozen voor de structuur en het skelet, terwijl er voor de plug-in modules is gekozen voor lease voor de HVAC-systemen plus de sanitaire en technische installaties.

HZ University of Applied Sciences werkt in het project samen met negen andere kennisinstellingen en organisaties en ruim twintig partners uit Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.





















"Industrie" komt niet voor in de lijst met mogelijke waarden (Geen armoede, Geen honger, Goede gezondheid en welzijn, Kwaliteitsonderwijs, Gendergelijkheid, Schoon water en sanitair, Betaalbare en duurzame energie, Waardig werk en economische groei, Industrie, innovatie en infrastructuur, Ongelijkheid verminderen, Duurzame steden en gemeenschappen, Verantwoorde consumptie en productie, Klimaatactie, Leven in het water, Leven op het land, Vrede, justitie en sterke publieke diensten, Partnerschap om doelstellingen te bereiken) voor deze eigenschap.
,
"innovatie en infrastructuur" komt niet voor in de lijst met mogelijke waarden (Geen armoede, Geen honger, Goede gezondheid en welzijn, Kwaliteitsonderwijs, Gendergelijkheid, Schoon water en sanitair, Betaalbare en duurzame energie, Waardig werk en economische groei, Industrie, innovatie en infrastructuur, Ongelijkheid verminderen, Duurzame steden en gemeenschappen, Verantwoorde consumptie en productie, Klimaatactie, Leven in het water, Leven op het land, Vrede, justitie en sterke publieke diensten, Partnerschap om doelstellingen te bereiken) voor deze eigenschap.











Onderwerpen